Noor is achttien en wil kost wat kost een marathon uitlopen. Zeer ongewoon voor vrouwen in de jaren zeventig van de twintigste eeuw, maar Noor is een natuurtalent. Tijdens het lopen denkt ze aan wat voorbij is en wat steeds terugkomt, waarom ze moet lopen voor haar leven!
Een bloedmooi verhaal. De adrenalinestoot die je krijgt als je door dit boek raast is misschien wel te evenaren met het lopen van de marathon zelf. Een boek waarbij je wanhopig het slinkend aantal bladzijden telt die je nog hebt...
"Al twintig kilometer. Deze afstand heb ik tijdens trainingen zo vaak gelopen. Ik voel me nog steeds niet overdreven moe, al loop ik sneller dan gewoonlijk. Af en toe een lichte steek in mijn kuit. Niet versnellen, niet vertragen. Even geen herinneringen. Het is prettig om zo te lopen. Alsof ik er niet meer ben..."








































